Aanbesteding: wie bepaalt of de inschrijving abnormaal laag is?

Een aanbesteding verliezen is nooit leuk. Je steekt er veel tijd en energie in, en hoopt op een mooie opdracht. Als je dan het gevoel krijgt dat je concurrent de opdracht ‘koopt’, dan is dat extra balen. Is het bedrag extreem laag? Dan kan je klagen bij de rechter. Maar dat is nagenoeg onmogelijk, blijkt uit deze zaak.

Een baggerklus
Bij een baggerklus voor Rijkswaterstaat schreven vijf bedrijven in op de opdracht. Nummer 1 voor € 4.264.000,-, nummer 2 voor € 8.631.000,- en de nummers 3,4 en 5 daar weer boven. Nummer 5 kwam zelfs op een inschrijfsom van € 9.407.600,-. Nummer 2 nam een advocaat in de arm. De prijs van nummer 1 was zo idioot laag, er moest wel sprake zijn van een abnormaal lage inschrijving.

Abnormaal lage inschrijving
Volgens het Aanbestedingsregelement Werken 2016 heeft nummer 2 gelijk. Als de inschrijvingssom meer dan 50% lager is dan het gemiddelde van de andere inschrijvingssommen én meer dan 20% lager dan de volgende inschrijvingssom, wordt vermoed dat de inschrijving onredelijk laag is. In dit geval was het bedrag dat nummer 1 vroeg zelfs al 50% lager dan dat van de nummer 2. Rijkswaterstaat had de inschrijving daarom ongeldig moeten verklaren. Dus dacht nummer 2: op naar de rechter.

De aanbestede dienst bepaalt
Rijkswaterstaat verklaarde dat zij uitvoerig onderzoek had gedaan en na dit onderzoek overtuigd was geraakt van de realiteit van de door nummer 1 gehanteerde prijzen. Komt Rijkswaterstaat daar mee weg? Ja! Volgens de rechter moet Rijkswaterstaat geloofd worden en, gelet op de concurrentiegevoelige informatie, hoeft ze dit niet eens echt inhoudelijk toe te lichten.

Deze website gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat u de beste mogelijke ervaring krijgt op deze website.