Aanbestedings­procedure mag ingetrokken: slechts één inschrijving ontvangen

Het komt steeds vaker voor dat er in een aanbestedingsprocedure maar één of twee geldige inschrijvingen zijn. Soms leidt dat tot een intrekking van de aanbestedingsprocedure, omdat er volgens de aanbestedende dienst te weinig concurrentie is. Mag dat? Volgens de rechtbank Midden-Nederland wel. Zelf heb ik er gemengde gevoelens bij.

De zaak

De rechtbank Midden-Nederland deed op 21 november uitspraak in een geschil tussen een aannemer en de gemeente Lelystad. De aanbesteding zag op de gladheidsbestrijding binnen de gemeente. De looptijd van de overeenkomst was zes jaar, met mogelijk verlengingen tot 10 jaar.

Nadat er één inschrijving ontvangen was, besloot de gemeente de aanbestedingsprocedure in te trekken. Daar voerde ze twee redenen voor aan. In de eerste plaats was het concurrentieniveau te laag. En in de tweede plaats zou de gemeente tot nieuwe inzichten gekomen zijn, die ertoe leidden dat ze de gladheidsbestrijding anders wilde aanpakken.

De aannemer was het hier niet mee eens, en begon een kort geding. Hij vond dat de rechter ook naar de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moest kijken. Een van die beginselen is de onderzoeksplicht. De aannemer vond dat de gemeente niet in mag trekken, als het feit dat er maar een enkele inschrijver is, behoort tot de risicosfeer van de gemeente, of zelf aan de gemeente te wijten is.

De uitspraak

De rechter maakt hier korte metten mee en verwijst naar het ‘Croce Amica’ arrest van het Europees Hof van Justitie. Kort samengevat volgt uit dit arrest dat een aanbestedende dienst veel vrijheid heeft een aanbestedingsprocedure in te trekken. Daar is geen uitzonderlijk geval of zwaarwegende reden voor nodig. Wel moet een aanbestedende dienst aangeven waarom er ingetrokken wordt.  Een te laag concurrentieniveau is voldoende. Ook als niet van te voren is onderzocht hoe de markt is. De rechter vindt dat hij door dit arrest niet kan toetsen, en wijst de vorderingen van de aannemer af.

Mijn overwegingen

Ik snap dat de aannemer hier een flinke kater aan overhoudt. De aannemer heeft kosten gemaakt om een serieuze aanbieding te doen, en had goede hoop een mooie opdracht binnen te halen. Dat hij door redenen die buiten hem liggen helemaal met lage handen staat, voelt wrang. Naar mijn mening heeft de rechtbank zichzelf te weinig ruimte gegeven en ligt toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wel degelijk voor de hand. Het gaat namelijk om handelen van de overheid. Wat mij betreft geldt dan ook: leg u niet te snel neer bij de stopzetting van een aanbestedingsprocedure.

Deze website gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat u de beste mogelijke ervaring krijgt op deze website.