Beëindiging in onvoltooide staat en staartkosten
Het gebeurt geregeld dat een werk in onvoltooide staat wordt beëindigd. Bijvoorbeeld doordat de opdrachtgever opzegt, of doordat de aannemer na een schorsing van langer dan zes maanden op zijn beurt de overeenkomst heeft opgezegd. De financiële afwikkeling kan dan nog wel eens ingewikkeld zijn. Een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam laat zien hoe gevaarlijk een beëindiging in onvoltooide staat is voor de opdrachtgever.
Er staan veel interessante overwegingen in dit vonnis. Ik beperk me nu tot de staartkosten. Dat zijn kosten die wel onderdeel van de aanneemsom zijn, maar niet een-op-een terug te leiden zijn op de werkzaamheden. In elke overeenkomst van aanneming van werk is sprake van staartkosten. In dit geval ging het om:
- Algemene kosten (6%)
- Winst en Risico (3%)
- Prijsvastbeding (2%)
- Kosten CAR-verzekering (0,36%)
Forse bedragen
De aanneemsom was € 71.150.000,-. Het ging dus om forse bedragen. Op dit werk waren de UAV2012 van toepassing. Daarin staat onder meer: Bij beëindiging in onvoltooide staat heeft de aannemer recht op de gehele aanneemsom, vermeerderd met extra kosten die uit de opzegging voortvloeien, maar verminderd met de door de opzegging voor aannemer bespaarde kosten.
Voor opdrachtgever was het simpel: staartkosten zijn een percentage. Alleen over het uitgevoerde deel van het werk heeft aannemer recht op staartkosten. Voor aannemer was het ook simpel: er is een vaste aanneemsom. En daarom dus recht op de staartkosten over de volledige aanneemsom, ook al is het werk in onvoltooide staat beëindigd.
Aannemer wint
De rechtbank Amsterdam stelde de aannemer op de meeste punten in het gelijk. De rechtbank oordeelt per punt als volgt:
- Algemene kosten
Deze kosten zijn gerelateerd aan de aanneemsom, juist omdat ze niet aan specifieke posten toerekenbaar zijn. Omdat de rechtbank er van uit gaat dit vooral vaste kosten zijn (zoals huur van een kantoor), moeten deze volledig betaald worden. - Winst en Risico
Volgens de rechtbank zijn winst en risico communicerende vaten. Voor het gehele werk heeft aannemer dit gesteld op 3%. Het feit dat door de tussentijdse beëindiging het risico in theorie minder lang heeft voortgeduurd maakt niet dat hierop bespaard kan zijn. - Prijsvastbeding
In de overeenkomst is een opslag van 2% overeengekomen om de prijzen vast te stellen tot einde werk. Oftewel: geen indexering. Dit is het afkopen van een risico, en hier kan dus ook niet op bespaard worden. - CAR-verzekering
Hier komt de rechtbank niet uit. Een deskundige zal een berekening moeten maken. En het lijkt mij dat dit wel naar rato mag.
Voor wat betreft de staartkosten, is dit vonnis dus de gedroomde uitkomst voor de aannemer.