Max Verstappen krijgt gelijk van Hoge Raad: Lookalike wel inbreuk op portretrecht

Het gebruik van een lookalike in een reclamefilm kan worden gezien als inbreuk op het portretrecht. De persoon op wie die lookalike lijkt, kan zich daar met succes tegen verzetten. Dat heeft de Hoge Raad in april dit jaar beslist in de rechtszaak tussen autocoureur Max Verstappen en online supermarktketen Picnic.

Lookalike
Picnic plaatste in 2016 op haar Facebook-pagina een reclamefilmpje waarin is te zien dat een lookalike van Verstappen met een bestelbusje boodschappen van Picnic rondbrengt. De lookalike draagt dezelfde raceoutfit en pet als Verstappen op het racecircuit en tijdens optredens in de media draagt. Het filmpje haakte duidelijk aan bij de televisiereclame van Jumbo die een dag eerder was gelanceerd waarin de echte Verstappen boodschappen van Jumbo bij klanten langsbrengt in zijn Formule 1-auto. In de film van Picnic zie je de tekst: ‘soms doe je iets voor je werk’ en ‘soms doe je iets voor je lol’. Het filmpje eindigt met een lachende lookalike en de tekst: ‘supermarkt gratis aan huis’.

Wel inbreuk? Geen inbreuk? Of toch wel inbreuk?
Verstappen zag er de humor niet van in. Hij vond dat er door Picnic onrechtmatig gebruik van zijn portret was gemaakt en eiste schadevergoeding. De rechtbank Amsterdam gaf hem gelijk. Picnic ging tegen de uitspraak in beroep. Het gerechtshof Amsterdam vond dat Picnic geen inbreuk maakte op het portretrecht van Verstappen, onder meer omdat het voor de kijker van het filmpje van Picnic duidelijk is dat het niet Verstappen is maar gaat om een persiflage van zijn optreden in de reclamefilm voor Jumbo. Ik schreef hier al eerder over in juni 2020. Maar in april dit jaar zette de Hoge Raad een streep door het oordeel van gerechtshof Amsterdam.

Bijkomende omstandigheden
De Hoge Raad zegt dat het gebruik van een lookalike onder bepaalde omstandigheden kan worden aangemerkt als een portret van de persoon op wie hij lijkt. Een afbeelding van iemand die toevallig op een ander lijkt, kan niet worden gezien als van een portret van die ander. Ook als bewust een lookalike van een persoon wordt gebruikt en die kan in de afbeelding worden herkend, maakt dat niet meteen een portret van de persoon op wie de lookalike lijkt. Er moeten bijkomende omstandigheden zijn die de mogelijkheid vergroten dat de lookalike wordt herkend als de persoon op wie de lookalike lijkt. Bijkomende omstandigheden zijn bijvoorbeeld de manier waarop de lookalike is geschminkt en gekleed, en wat er verder allemaal te zien is en de context waarin de afbeelding wordt gebruikt.
De omstandigheid dat de kijker wel weet dat het om een lookalike gaat, en zoals in deze zaak niet om de echte Verstappen, vond de Hoge Raad niet relevant. Door het uiterlijk, de kleding en het scenario van het filmpje was het namelijk duidelijk dat de jongen in het filmpje op Verstappen moest lijken.

Krijgt Verstappen schadevergoeding?
De uitspraak van de Hoge Raad maakt in ieder geval duidelijk dat bedrijven voorzichtig moeten zijn met het gebruik van lookalikes in reclamecampagnes.

Of Picnic aan Verstappen schadevergoeding moet betalen, moeten we nog even afwachten. De Hoge Raad heeft de zaak doorverwezen naar het gerechtshof Den Haag. Die zal de feiten en omstandigheden opnieuw bekijken en de rechtszaak tussen Verstappen en Picnic overdoen.

Deze website gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat u de beste mogelijke ervaring krijgt op deze website.